Weg met de hokjesgeest

Iedereen zijn eigen hokje

Niets is wat het lijkt in de hokjesmaatschappij

Bina Ayar

Hoewel het individu in theorie bevrijd is, is de neiging om mensen in hokjes in te delen op basis van hun opvattingen de afgelopen jaren steeds sterker geworden. Tegenstellingen worden hierdoor verder uitvergroot: je bent ‘woke’ of een racist – of, in tijden van corona: je bent een wappie of een schaap. Waar komt dit verschijnsel vandaan, en wat kunnen we eraan doen?

Het zijn niet alleen gewone mensen of hardcore individualisten die worstelen met de codes in de nieuwe hokjesmaatschappij. De zwarte superster Halle Berry ging vorig jaar door het stof nadat ze had overwogen een filmrol aan te nemen waarin ze een vrouw speelt die zich tot man laat ombouwen. In een interview refereerde de actrice naar haar karakter als een ‘zij’ en sprak ze in vrouwelijke termen over de fictieve man in wording. Dat schoot LGBTQ+-activisten in het verkeerde keelgat; iemand die man wil worden is per definitie geen vrouw maar een transman. De kritiek wekte bij Berry ‘dankbaarheid’ op, liet ze de wereld weten. Ze begreep nu dat zij als ‘cisgender vrouw’ die rol nooit had mogen overwegen. “De transgender-community moet zijn eigen verhalen vertellen,” schreef ze.

Nog niet zo lang geleden was Halle Berry waarschijnlijk weggekomen met de rol. Acteren omvat in de huid van een ander kruipen, maar je inleven in de ander, al is het voor een filmrol, is niet nastrevenswaardig in de hokjessamenleving. In het nieuwe hokjeslandschap is empathie vooral iets wat een ander moet opbrengen. Een stok om mee te slaan als iemand jouw wereldbeeld niet onvoorwaardelijk deelt. Of dat nu gaat om wokeness of corona.

Vooral de ingrijpende coronamaatregelen hebben het traditionele hokjeslandschap volledig veranderd, denkt theatermaker en kritisch filosoof Ab Gietelink, die vorig jaar werd opgepakt tijdens een demonstratie voor vrijheid. In zijn politieke denktank Alternatief! neemt hij stelling tegen de hokjesgeest en de bijbehorende intolerantie tussen groepen. “Wie had gedacht dat SGP-voorman Kees van der Staaij pal zou staan voor onze grondrechten, terwijl GroenLinks instemt met lockdowns en een avondklok? Juist de mensen die zichzelf zo verlicht vinden, staan achter coronacensuur en verketteren andersdenkenden. Dat dédain en die dubbele moraal is typerend voor het hokjesdenken.”

Niets is wat het lijkt

Niets is wat het lijkt in de hokjesmaatschappij, bevestigt een gesprek met onderzoeker Henri Beunders, emeritus hoogleraar ontwikkelingen in de publieke opinie. “Terwijl de juridische gelijkheid tussen mensen is toegenomen, is het gevoel van ongelijkheid juist groter geworden. Emancipatiegolven en internet wakkerden de droom van vrijheid en gelijkheid aan, maar de discrepantie tussen gelijkheid op papier en in de praktijk is in de globalistische samenleving groot. De teleurstelling daarover wakkert polarisatie aan. De ironie is dat mensen wel gelijkheid willen, maar toch liever een beetje gelijker zijn dan anderen. Dat bereik je door neer te kijken op een ander.”

Het hokjesdenken heeft ook iets oer-Hollands, zegt de mentaliteitshistoricus – halflang haar, spijkerbroek, jasje – in zijn appartement in Amsterdam. “Nederland is traditioneel een natie van koopmannen en dominees. Kooplieden zijn ondernemend, maar soms ook een beetje plat. De dominees zijn de moralisten. Die wijzen met het beruchte vingertje. Zo van: jij bent wel christelijk, maar niet orthodox-gereformeerd, dus je hoort er toch niet bij. Dat zit er nog steeds in. Je buurman kan wel vegetariër zijn, maar jij bent veganist, dus jij staat boven hem.”

“Het is een stad, het is een dorp, het is een plaats of een gehucht. En je moet er niet te gek doen, anders ben je zo berucht.” In Onder ons bezingt Boudewijn de Groot de hokjesgeest, die volgens het woordenboek staat voor een ‘ongenuanceerd wereldbeeld hebben’. In het lied breekt de jonge hoofdpersoon los en reist hij naar ‘Parijs of zoiets’. Na een paar maanden heeft hij het gehad en komt hij – tot tevredenheid van zijn omgeving – met ‘honger, dorst en luis’ weer naar huis. Hij trouwt en het duurt niet lang of hij is al ‘net zo’n grote hufter als zijn vader is geweest’, die zijn mening over alles uit zijn ochtendkrantje haalt. Het lied uit 1967 eindigt met een waarschuwing: “Niet dat hij een vlieg zal kwaad doen (–), maar houd hem maar in de gaten, want het is zo’n kleine man die als hem dat maar gevraagd wordt, vaak het beste schieten kan.”

Lennaert Nijgh schreef het nummer in een tijdperk waarin breken met de toen geldende conventies modieus was. Het lied is mooi omdat het spreekt van het universele verlangen om thuis te komen. Tegelijkertijd horen we haarscherp wat de gevaren zijn van je kritiekloos conformeren aan groepsnormen.

Als hij maar geen zakenman wordt

Het hokjesdenken is nooit helemaal weggeweest. Als hij maar geen zakenman wordt, zong De Groot ook in hetzelfde ‘rebelse’ tijdperk. Maar naast de volgens psychologen menselijke noodzaak om te categoriseren hebben we nu identiteitspolitiek, sociale mediabubbels, de cancelcultuur en coronaconformisme. De stad, dorp, plaats of gehucht is een Global Village geworden waar veel is verboden, behalve elkaar de maat nemen.

De ironie is dat mensen wel gelijkheid willen, maar toch liever een beetje gelijker zijn dan anderen. Dat bereik je door neer te kijken op een ander

Emancipatie en globalisering zijn volgens Beunders kernwoorden in de ontwikkeling naar het nieuwe hokjesdenken. “Emancipatie betekent letterlijk vrijmaken of bevrijding. Het algemeen kiesrecht in 1919 bracht politieke gelijkheid. Daarna kwam culturele emancipatie, midden jaren negentig hadden we met de komst van commerciële omroepen en het internet ook communicatieve emancipatie. Vooral internet wakkerde de droom van daadwerkelijke gelijkheid aan, maar die droom bleek eerder een illusie.”

Het tijdperk van Boudewijn de Groot bracht ontzuiling, ontkerkelijking en individualisering. “Het was de dekolonisering van de burger. Maar na de eerste orgieën, auto’s en skivakanties kwam de vrije val, de verschrikking van de leegte. De vraag is dan: wat doe je met vrijheid? God was dood en dus was de mens zelf verantwoordelijk voor zijn eigen succes en geluk, een tall order. Persoonlijk succes was het hoogst haalbare doel, zelfverwerkelijking het ideaal. Opeens was er heel veel gelijkheid. Iedereen kon de hele wereld over reizen. Iedereen was jetset of letterlijk ‘vliegende elite’. Op een gegeven moment mis je vaste grond onder je voeten. Bovendien maakt gelijkheid de drang tot succes ook ingewikkeld. Als iedereen gelijk is, hoe onderscheid je je dan nog? Dat doe je door te ‘multitasken’ of ‘flexitariër’ te worden, of door jezelf beter te voelen dan mensen die een campingsmoking dragen of De Telegraaf lezen.”

Techmiljardairs

Vóór al die ‘bevrijdingsgolven’ waren er weinig hokjes; je had de adel, de burgerij en de arbeiders. “Daarna kreeg je de verzuiling. Wat nogal eens wordt vergeten is dat die zuilen ook voortkwamen uit ‘onderdrukking’. Groepen gingen zich organiseren om sterker te staan tegenover de ‘elite’ van toen: de grachtengordel en de havenbaronnen. Horizontaal waren de zuilen gescheiden, maar verticaal kon je wel omhoog. Voor de verheffing van arbeiders had je de Wereldbibliotheek; je kon als arbeider zelfs minister-president worden, zoals Wim Kok heeft laten zien. In Amerika kon je het van krantenjongen tot krantenmagnaat schoppen. In de globalistische samenleving maken een paar techmiljardairs de dienst uit. Er heeft een enorme nivellering plaatsgevonden, mobiliteit is er nauwelijks. Meritocratie bestaat niet meer, de meeste mensen hebben dezelfde junk job, of ze nu bij de McDonalds werken of zzp’er zijn bij een krant.”

Sociaaleconomische tegenstellingen hebben plaatsgemaakt voor meer symbolische verschillen, zegt Beunders, die termen als ‘slachtoffercultuur’ en de ‘mediamens’ introduceerde in het maatschappelijk debat. “Voor de massa van nu is zijn mening zijn enige bezit. Het is tegenwoordig niet genoeg als je loodgieter bent of meubelmaker, je moet ook overal iets van vinden. Media-aandacht is het hoogst haalbare doel.”

Nieuwe hokjes brachten bevrijding van de eenzaamheid van ‘onbegrensde mogelijkheden’, zegt Beunders, maar ook een terugkeer naar wat hij ‘stammen’ noemt. “Vooral in het politiek correcte veld vallen mensen terug op biologische zekerheden. Mensen identificeren zich dan weer met hun huidskleur, etnische afkomst of seksuele geaardheid. De PVV is ook een soort stam hoor, die van de gewone, genegeerde man.” Vooral in de categorie sekse en seksuele voorkeur is het aantal hokjes de laatste jaren sterk gegroeid. Hij pakt zijn spiekbriefje erbij: “Ik werd door mijn dochter gekapitteld omdat ik ze niet uit mijn hoofd ken, maar het is LGBTQIAP. Dat is bijna een derde van het alfabet.”

Vooral in het politiek correcte veld vallen mensen terug op biologische zekerheden.

Met zo veel letters valt er veel te kiezen, zou je denken. Maar schijn bedriegt; eenvormigheid zet de toon in hokjesland. Een individualist – zoals Beunders – zou er somber van kunnen worden, geeft hij toe. “Zelfs in tegenculturen zie je soms dat mensen zich op dezelfde manier gedragen en er strenge groepsnormen gelden. Ergens bij willen horen of gelijkgezinden opzoeken is iets menselijks. Het is bijna orgastisch om in je eigen gelijk te worden bevestigd.”

De keerzijde van het comfortabele conformisme binnen stam, sekse of standpunt is uitsluiting van buitenstaanders. Wie niet voldoet aan heersende normen loopt zelfs het risico gedemoniseerd te worden, bijvoorbeeld op sociale media. “Hugo de Jonge kan niks goed doen en Willem Engel is gek. Toen internet kwam, kon iedereen zijn mening de wereld insturen. Je kunt wel een blog beginnen, maar het bereik is beperkt, dus moet je hard schreeuwen. Die hysterie wordt gefaciliteerd door sociale media. Maar ook de reguliere media zijn gespitst op tegenstellingen en het denken in termen van goed en fout,” zegt Beunders die voor de NRC werkte en directeur was van de Post-academische Opleiding Dagbladjournalistiek. “In de onderzoeksjournalistiek hangt soms ook een sfeer van ‘demonen’ willen bestrijden. Dan halen de appjes van Dion Graus ineens de voorpagina van de NRC.”

Het moralisme van de hokjesgeest

Het moralisme van de hokjesgeest – wappie! schaap! complotdenker! – domineert ook het coronadebat. Vooral critici van het overheidsbeleid – volgens Beunders een bont gezelschap van hokjes die normaal gesproken tegenover elkaar staan – riskeren uitsluiting of zelfs opsluiting, zoals cultureel ondernemer Ab Gietelink aan den lijve ondervond. “We waren na een demonstratie tijdens Bevrijdingsdag aan het napraten, toen we plotseling werden omsingeld en gedwongen werden om in een bus te stappen. Daarna heb ik zes uur in een cel gezeten. Ze hebben ons niet gevraagd weg te gaan, maar ons meteen opgepakt.”

Gietelink: “Het Westen heeft de mond vol van democratie, maar sinds corona hebben de autoriteiten rechten die machthebbers in dictaturen niet eens hebben. Ik ben in de jaren tachtig veel in Oost-Europese landen geweest, toen nog socialistische dictaturen. Een burger die politiek actief was, kon op een zwarte lijst terecht komen, maar mensen konden gaan en staan waar ze wilden. Burgers daar konden op bezoek bij wie ze wilden, zelf bepalen wat ze aantrokken en zelfs naar het buitenland gaan. Het Westen wijst graag met het vingertje naar Rusland of China, maar doet ondertussen precies hetzelfde. Het gaat niet alleen om labels als ‘dictatuur’ of ‘democratie’. Ik ben ervan overtuigd dat ons parlement beter functioneert dan in een land als India, maar in coronatijd is de werkelijke bewegingsruimte die je daar als individu hebt groter dan hier. In tijden van crisis zijn onze grondrechten van ‘elastiek’, zo blijkt maar weer.”

Het is de splinter in het oog van een ander zien en niet de balk in die van zichzelf, zegt Gietelink. Dat dédain en de dubbele moraal kenmerkt de hokjesmaatschappij, zegt hij vanuit zijn woonwerkappartement midden in het Amsterdamse Wallengebied. Het gebied met al zijn theaters, cafés en peepshows – zijn dorp, zegt hij – is al maanden gesloten. De maatregelen zijn een aanslag op de postmoderne, vrijzinnige, antiautoritaire levensstijl waar hij een vertegenwoordiger van is.

Wappie

“Ik vind het beangstigend dat in maart vorig jaar al werd geroepen dat we als één man achter het RIVM moesten gaan staan. Critici werden belachelijk gemaakt, ‘wappie’ werden ze genoemd, of ze werden niet aan het woord gelaten. Lang hadden alleen lockdownvoorstanders een plaats aan praattafels. Zoals Maurice de Hond zei: ‘Voor Ab Osterhaus is bij Op1 altijd een stoel gereserveerd. Hij hoeft alleen maar te bellen als hij niet kan.’ Het narratief was ‘het is zo erg’; naar feiten werd niet meer gekeken. Het debat verplaatste zich naar het internet, omdat traditionele media het niet faciliteerden. Corona heeft het falen van de intelligentsia zichtbaar gemaakt en daarbinnen ook een splijting veroorzaakt.”

Met andere lockdowncritici zet Gietelink zijn vraagtekens bij de proportionaliteit van de maatregelen. “Het is historisch ongekend dat hele samenlevingen op slot gaan voor een virus. Is het rechtvaardig dat jongeren de prijs betalen voor een beperkt aantal gewonnen levensjaren, of dat ouderen tegen hun wil worden opgesloten? Ik ben verbijsterd dat het bespreken van de inzet van medicijnen taboe is.” Voor Café Weltschmerz interviewde hij huisarts Rob Elens over zijn succesvolle behandeling van coronapatiënten met hydroxychloroquine en zink. YouTube – dat alleen door de Wereldgezondheidsorganisatie goedgekeurde corona-informatie toestaat – verwijderde de interviews. De rechtszaak die Gietelink daarop aanspande, werd door hem verloren. “Blijkbaar is censuur nu de norm.”

“Wij willen vragen stellen, daar waar vragen taboe zijn,” verklaart hij. In het politieke programma in wording, dat een postmoderne mix is van linkse en rechtse standpunten (‘socialer dan de SP en liberaler dan de VVD’) vraagt hij om tolerantie: “Voor complotdenkers en conformdenkers, maar ook voor desinformatie in kwaliteits- en sociale media, nudisten, zwervers, hoofddoektraditionelen, stropdasdragers, krakers, Zwarte Piet, foute historische iconen, homotrouwlustigen, weigerambtenaren, illegalen, asielzoekers, saaie burgers, kloosterlingen, prostituees en feestvierders.”

Gietelink: “Ik ben er trots op dat in 2001 hier in Amsterdam het eerste homohuwelijk plaatsvond, maar van mij mogen weigerambtenaren er ook zijn. Grondrechten gelden namelijk voor iedereen. Als jij als ambtenaar geen homo’s wil trouwen, neem je een dagje vrij, of je kiest als homostel een andere ambtenaar. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, maar je kunt elkaar respecteren. Dat pragmatisme is wezenlijk om met elkaar te kunnen omgaan. Het tegenovergestelde van pragmatisme is namelijk fundamentalisme.”

Er heerst al jaren een verbodscultuur. En de autocratische tendensen nemen alleen maar toe.

De verdraagzaamheid waar hij het over heeft is ver te zoeken in zijn Amsterdam en daarbuiten: “Er is al langer een aanval gaande op de vrijzinnige levenswijze. Er heerst al jaren een verbodscultuur. En de autocratische tendensen nemen alleen maar toe. Of het nu gaat om een paar vrouwen die een boerka dragen of huisvuil dat buiten staat, alles moet gecontroleerd en gehandhaafd worden. Dat geldt ook voor het hebben van een niet-politiek correcte mening.”

Controledrang

Volgens Gietelink, die met zijn theatergroep Nomade tal van historische voorstellingen maakte, is die controledrang een van de schaduwkanten van de verlichting. “De verlichting bracht liberale democratieën teweeg, maar had altijd al donkere kanten. Denk aan de expansiedrift van het kolonialisme. Of hoe in Duitsland de democratie kon omslaan in een totalitaire samenleving. Of alle oorlogen die uit naam van vrede zijn gevoerd, zoals in Irak.” Ook in het corona-beleid heerst er een oorlogsmoraal, zegt hij. “Het virus moet koste wat het kost worden verslagen. Virologen zijn bijna heilig verklaard, en wie kritiek heeft, is zowat een landverrader. Daarbij spelen belangen overigens ook een rol.”

Hij vergelijkt de blikvernauwing in het coronabeleid met de allegorie van de grot van Plato. De gevangenen in de grot kunnen alleen nog naar een muur staren en zijn daarom blind geworden voor opvattingen daarbuiten.

Dat de maatregelen zo diep ingrijpen in het persoonlijke leven, verscherpt tegenstellingen, zegt hij. “Het interessante is dat mensen die nu lijnrecht tegenover elkaar staan misschien op andere punten heel eensgezind zijn.” Als het aan hem ligt, hebben itempartijen daarom de toekomst en worden belangrijke onderwerpen voortaan via een referendum beslecht.

Het politieke landschap is door corona volledig op zijn kop gezet, zegt Gietelink, die na dertig jaar zijn GroenLinks-lidmaatschap opzegde. “Mijn socialistische broer staat nu zij aan zij met Wybren van Haga van Forum voor Democratie. Ik kom uit een links-liberaal gezin. Dan is het voor mij best schokkend te zien dat vrijheid bij Trump in betere handen is dan bij de Democraten die lockdowns en mondkapjes promoten. Of dat de SGP liberalere standpunten verkondigt dan D66. Het is toch lachwekkend dat mensen die tegen gezichtsbedekkende kleding zijn met een mondlap op lopen en mij weigeren een hand te geven? Oude labels zijn niet meer toereikend, de belangrijkste tegenstellingen nu zijn tussen vrijdenkers en conformisten.”

Empathie

Kan empathie ons bevrijden van de hokjesgeest? “Als je ziet hoe er tekeergegaan wordt tegen demonstranten of jongeren die rellen, dan zie je dat er weinig empathie is. Ik denk dan: het zal je kind maar zijn. Empathie heeft met humanisme te maken. Al die groepen die tegenover elkaar staan, zijn heel gelaagd. Ook als homo en weigerambtenaar moet je proberen met elkaar in contact te komen. Er wordt vooral over elkaar gepraat en niet met elkaar. Durf een dissident te zijn, en accepteer dat ‘waarheid’ een onderwerp is van debat. En voer dat debat op de inhoud en niet op de man of het plakplaatje dat erop zit.”

Met dat laatste is Beunders het eens: “Iemand een fascist of wappie noemen slaat het gesprek dood. Ik denk dat als de coronacrisis voorbij is, er schaamte volgt. Dan gaan mensen zich schamen voor het aanwijzen van zondebokken en de hysterische roep vanachter mondkapjes om veiligheid en gezondheid. Dat vond iedereen toen zo, zal er ook worden gezegd, maar dat is niet waar.”

Voorzichtig klinkt hier en daar ook kritiek op het hokjesdenken. Zo zijn er allerlei initiatieven om andersdenkenden met elkaar in gesprek te brengen, zoals ‘Nederland in gesprek’, een initiatief van een aantal kranten waarin mensen met een tegenovergestelde mening een-op-een het gesprek voeren over controversiële onderwerpen.

Free your mind

Moet de volgende emancipatiegolf over de bevrijding van de geest gaan? Free your mind and the rest will follow, zongen de dames van En Vogue in de jaren negentig. Een lastige opgave in een wereld waarin digitalisering, coronabeleid en cancelcultuur totalitaire tendensen faciliteren en menselijkheid op de proef stellen.

Vooroordelen en veronderstellingen, inherent aan het hokjesdenken, voeren vooralsnog de boventoon. De stap naar veroordelen wordt snel gemaakt. Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt, staat in de Bijbel, zegt Beunders. “Daarom ook is er scepsis nodig. Scepsis is het uitstellen van een oordeel. Maar als je niet meteen je mening klaar hebt, ben je nu een sukkel.”

Dit stuk (plus hokjeswoordenlijst) werd ook gepubliceerd in HP/De Tijd.

Oude labels zijn niet meer toereikend, de belangrijkste tegenstellingen nu zijn tussen vrijdenkers en conformisten

Goed stuk? Waardeer het met een donatie! Dankjewel!

Bedrag



Spread the love
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Written by

Historicus, journalist en eindredacteur Bina Ayar schrijft over onder meer geschiedenis, gezondheid en (tijds)geest. Verder een gespecialiseerde generalist, dus ook dieren. Zet de puntjes op de i in Nederlandse teksten, maar levert ook Engelse teksten en Engelstalige eindredactie. 'Liefde voor geschiedenis, actualiteit en taal is de rode draad door mijn werk'.