Duurbetaalde bevrijding

Duurbetaalde bevrijding

Bina Ayar

Vele watersnoden kent de geschiedenis van Zeeland. Een van de wrangste is die van Walcheren in 1944. Diverse bombardementen van de geallieerden leggen het eiland dan blank. Het gevolg: 152 directe doden en een zee van nog meer onbedoelde misère. 596 luchtfoto’s in het Zeeuws Archief, gemaakt door de Royal Air Force (RAF), laten zien hoe het bijna verdronken gebied er anderhalf jaar later aan toe is.

Als in de middag van 3 oktober 1944 de eerste bommen op Westkapelle vallen, zijn weinigen voorbereid op wat ze overkomt. Een dag eerder zijn er pamfletten verstrooid met waarschuwende teksten. Die zijn blijkbaar niet duidelijk genoeg om het eiland a la minute te verlaten; als dat al kan in een gebied waar mijnen liggen en reisbeperkingen gelden. De volgende middag om één uur begint het bommengeweld. Twee uur lang gooien 243 Lancasterbommenwerpers zesduizend kilo zware bommen op Westkapelle. Vijftig inwoners proberen aan de dood te ontkomen door te schuilen in molen De Roos. Die stort in. Drie van de vijftig kunnen worden gered, de rest verdrinkt in het puin. Nog eens 105 inwoners laten die dag het leven.

Het besluit tot het bombarderen van de Walcherse zeedijken is kort daarvoor genomen door de Canadese legeraanvoerder Guy Simonds. Het doel: de Duitsers verdrijven en de aanvoerhaven van Antwerpen veilig stellen via de Westerschelde. Vanuit dat oogpunt laat het resultaat van het eerste bombardement te wensen over, dus volgen er vier dagen later bombardementen op dijken bij Vlissingen en Rammekens, en later een tweede bombardement op Westkapelle. Bij deze aanvallen vallen nauwelijks slachtoffers; waarschijnlijk zag men de bui nu wel hangen.

Het geallieerde bombardement van het Zeeuwse eiland is omstreden. Onder meer historicus Tobias van Gent stelt dat de militaire opbrengst zeer gering is ten opzichte van de aangerichte schade. Die schade is inderdaad immens. Vier grote dijkgaten telt het gebied, 16.200 hectare polderland is overstroomd en van de 4800 huizen in Middelburg is precies de helft vernield. Veel vee is verdronken, terwijl het zilte water land- en akkerbouw lange tijd praktisch onmogelijk maakt. Armoede, ziektes en verdriet zijn het resultaat.

RAF

Anderhalf jaar later, als ons land al een jaar bevrijd is, kampen de Zeeuwen nog steeds met die problemen. Hoe dat een maand voor de sluiting van het laatste dijkgat er van boven uitziet, zien we op de honderden luchtfoto’s van de RAF. Die tonen een witte zoutlaag over eens vruchtbare akkers, en vers gedichte dijkgaten aan de kuststrook. Ook het gedichte dijkgat aan de zuidkant van Westkapelle is vastgelegd, met daarachter de zo ontstane Kreek, inmiddels een bekend recreatiegebied. De andere foto’s op A5-formaat zijn ook het bekijken waard.  Zoals die van de 16 meter hoge Phoenix caissons die vanuit Normandië worden aangevoerd om de enorme gaten te dichten.

De Britten zijn niet de enigen die van het ergste uitgaan, want het had weinig gescheeld of Walcheren was er niet meer geweest. Genoeg reden om te klagen.

Bodemloze put

De drooglegging van Walcheren, een Rijksaangelegenheid, is dan ook geen sinecure. Manschappen en materieel kunnen pas na de bevrijding worden ingezet, en dan nog gaat het vaak mis. Kleinere caissons spoelen regelmatig weg. Zelfs een Engelse landingsboot die in een van de gaten wordt gezonken, verdwijnt in een bodemloze put. 3500 man werkt dag en nacht voor droge voeten.

Ondertussen kunnen de getroffenen wel op sympathie rekenen. Onder meer een tentoonstelling in Middelburg van 82 topstukken uit het Rijksmuseum en het Mauritshuis moet de pijn verzachten. Hoe mooi ook, de Zeeuwen hebben in die naoorlogse dagen waarschijnlijk meer aan brood dan aan nobele spelen.

Uiteindelijk zet de hulp uit binnen- en buitenland zoden aan de dijk. Zodat op 5 februari 1946 de laatste dijk bij Fort Rammekens kan worden gesloten.  Schrijver A. den Doolaard, tevens verbonden aan de Dienst Droogmaking Walcheren (DDW) schrijft daarover: ‘Alles op Walcheren was lang niet mooi. Toch verscheen hier grootsch het ras der wrochters, ter beschaming van de blatende bende der kankeraars.‘

Mopperaars

De mopperaars kregen inderdaad ongelijk. Achteraf. Anderhalf jaar eerder koppen Engelse kranten nog dat Walcheren onder zee is verdwenen. De Britten zijn niet de enigen die van het ergste uitgaan, want het had weinig gescheeld of Walcheren was er niet meer geweest. Genoeg reden om te klagen.

De foto’s van de RAF tonen de sporen van die vernieling én de goede uitkomst. Ze geven een weidse blik op een net niet-verdronken eiland, comfortabel gezien vanuit de lucht. Aan land is het in januari 1946 nog steeds alles behalve aangenaam. Daar is de bevrijding duur betaald.

Met dank aan Daniël Obbink, accountmanager waterschapsarchieven bij het Zeeuws Archief.

Dit artikel verscheen eerder in tijdschrift het Waterschap (SDU)

Spread the love
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Written by