Stadsvertutting
Bina Ayar
De stad slibt dicht, door mensenmassa’s en toeristen, maar ook door regelzucht en surveillance. Mede daardoor trekken meer mensen juist weg uit stedelijk gebied. Kan de vrije stad zichzelf hervinden of moeten we vrijheid buiten de stadsgrenzen zoeken? ‘Op elke hoek heb je nu wel een latte-dit-of-dat-café.’
‘Toen wij uit Rotterdam vertrokken’ gingen wij naar… Barendrecht, Berkel en Rodenrijs, Schiedam, of naar Capelle aan den IJssel. Op zoek naar rust, ruimte en betaalbare woningen verruilen vooral mensen van boven de dertig de grote stad vaker voor omliggende gemeenten, Vinex-wijken of satellietsteden. Anderen vliegen verder uit en zoeken hun heil buiten de Randstad, bijvoorbeeld als ‘importstedeling’ in Drenthe. Uit cijfers van het CBS blijkt de trek uit de Randstad al jaren aan de gang te zijn. De piek leek bereikt in 2021, toen 75.000 Nederlanders de Randstad de rug toekeerden. Of de Randstadvlucht verder zal toenemen is onduidelijk, maar ook vorig jaar nam de bevolkingsgroei in een van de meest versteende gebieden van de wereld af.
Want waarom zou je eigenlijk in de stad blijven? De stad trekt nog altijd jonge mensen en kersverse migranten, maar voor de rest van de bevolking lonkt het vrije buitengebied. De aantrekkingskracht van de stad ligt in veelkleurigheid en onvoorspelbaarheid. Chaos hoort daarbij, net als veel fijne voorzieningen, vertier en een verzameling vreemde vogels die de betonnen jungle bont kleuren. Rafelranden maken de stad spannend, maar steden worden ook in de woorden van veiligheidsexpert en filosoof Gerben Bakker vaker ‘risicovrije zones’.
Het gesprek met Bakker, die verbonden is aan kennisinstituut The Hague Center for Strategic Studies, vindt plaats in een ‘latte-bar’ in het chique gedeelte van Den Haag. Om de hoek ligt het oude Hotel des Indes.
Bakker deed in opdracht van de Nederlandse politie samen met collega’s en stedelijke gemeenten onderzoek naar actuele uitdagingen in steden. Dat levert een lange lijst met risico’s op voor veiligheid en leefbaarheid, variërend van toenemende maatschappelijke onrust tot criminaliteit, klimaatverandering, extremisme en psychische problematiek, zoals stijgende aantallen mensen met verward gedrag. De auteur van boeken als Over politieke correctheid (samen met Gert Jan Geling) en Dansen met de hydra, over veiligheidsbegeerte, is zich ook goed bewust van de keerzijde van de toenemende neiging om risico’s te voorkomen. De grootste uitdaging is om steden leefbaar te houden zonder te verstikken in vertrutting, zegt hij.
De grootste uitdaging is om steden leefbaar te houden zonder te verstikken in vertrutting
Het ‘stedelijke speelveld’ zoals dat in beleidstaal heet, wordt complexer. Bevolkingsgroei, ruimtelijke verdichting, en technologische veranderingen zetten druk op stedelijke voorzieningen en de sociale cohesie, zegt het rapport. Klimaatverandering, geopolitieke spanningen (denk aan de pro-Palestinademonstraties) en meer digitale criminaliteit vergroten de kwetsbaarheid van steden. Problemen in kwetsbare wijken en de effecten van ‘superdiversiteit’ versterken dan ook nog eens sociale en ruimtelijke spanningen. Kortom: veiligheidsvraagstukken komen bij elkaar in de stad en versterken elkaar. Dat geldt in zekere zin ook voor vrijheidsvraagstukken.
Betuttelbordjes
Onderweg naar het gesprek ben ik gestruikeld over massa’s betuttelbordjes en blauwe straattegels waarop in steeds verschillende bewoordingen en talen staat dat roken ook in de open lucht aan banden is gelegd. Zowel de gevels van het gebouw van het ministerie van Financiën als de omgeving rond de Haagse kunstacademie zijn volbehangen met boodschappen als ‘Thank you for not smoking!’ en ‘Op weg naar een rookvrije generatie’, voorzien van een keurig vinkje.
Zelfs het rauwe Rotterdam wil niet meer ‘de mooiste Rotstad’ zijn en kiest voor gladde globalisering en gentrificatie
Mijn vroegste Haagse jeugdherinneringen aan zondagsuitjes als kind in de hofstad schieten door mijn hoofd. De warmste herinneringen spelen zich af in de Berlagekiosk (toen een café) waar de geur van koffie en sachertaart altijd vermengd was met gezellige sigarettenrook. “Den Haag is in de loop der tijd zo veranderd,” zou Harrie Jekkers een paar jaar later in plat Haags zingen. De Hofstad is niet de enige Hollandse stad die veranderde en vooral vertrutte. Amsterdam, ‘de stad waar alles kan’, haalt het nieuws met de ene betuttelmaatregel na de andere. Het meest recente dieptepunt is een dansverbod in restaurants. Zelfs het rauwe Rotterdam wil niet meer ‘de mooiste Rotstad’ zijn en kiest voor gladde globalisering en gentrificatie.
Nostalgische gevoelens voor het stadsleven in de jaren tachtig en zelfs de jaren negentig – toen criminaliteit echt uit de hand liep – worden breed gedeeld, blijkt tijdens het gesprek. De monocultuur in de vier grote steden is een van de pushfactoren voor vertrek naar de regio, erkent Bakker. Het Amsterdam uit de Roxy-tijd bestaat niet meer, zegt hij. “Op elke hoek van elke stad heb je nu wel een latte-dit-of-dat-café,” zegt hij, om zich heen wijzend naar het etablissement waarin we zitten. Drukte en hoge huizenprijzen zijn andere factoren die tot verhuizen bewegen. Ook is er dankzij werken op afstand minder noodzaak om dicht bij het werk te wonen.
Toch stopt de urbanisatie voorlopig niet, is de verwachting. Hoogopgeleiden kunnen het zich permitteren om in steden te wonen. Migranten zoeken eveneens hun geluk in de stad; dat geldt ook voor arbeidsmigranten met laagbetaalde banen én voor welvarende expats. Bakker: “Arbeidsmigranten die in het Westland werken, wonen vaak in Den Haag. Het Westland plukt daarvan letterlijk de vruchten, terwijl Den Haag de uitdagingen ervaart. Het aantal dakloze arbeidsmigranten groeit bijvoorbeeld, en dat zorgt voor overlast en druk op voorzieningen. Een bedrijf als ASML trekt weer veel expats, waardoor huizenprijzen in de omgeving stijgen. Bepaalde stadsgebieden in Veldhoven worden bijna volledig door internationale werknemers bevolkt, bijna zoals Philips vroeger zijn eigen dorp had.”
Superdiversiteit
Superdiversiteit is in alle vier de grote steden de norm, en dat is zowel een kans als een uitdaging, zegt Bakker. De stadsbevolking wordt niet alleen diverser, maar ook de diversiteit binnen groepen migranten neemt toe. “Zoals dé Hagenees, Amsterdammer of Rotterdammer bijna niet meer bestaat, geldt dat ook voor dé migrant of ‘dé allochtoon’. De meerderheid van de stadsbewoners heeft nu een migratieachtergrond, maar de verschillen tussen al die groepen nieuwkomers worden ook groter.
“Vanuit veiligheidsoogpunt is dat een uitdaging. Kijk naar de rellen van vorig jaar in Den Haag tussen groepen Eritreeërs of naar alle verschillende vormen van eerwraak. Eerwraak onder Afghanen is wat anders dan Balkan-eerwraak. Je moet bijna tien culturele studies hebben afgerond om al die fenomenen te begrijpen. Tegelijkertijd is superdiversiteit een bevrijding van het hokjesdenken. De ene nieuwkomer is de andere niet. Niemand past in één hokje. Iemand met een migratieachtergrond kan hier geboren zijn, arm of rijk zijn, jong, oud, hoog- of laagopgeleid. Superdiversiteit past ook bij de dynamiek van de stad.”
Rafelranden maken de stad spannend, maar steden worden vaker ‘risicovrije zones’.
Tegelijk met het toenemen van de diversiteit neemt de vrijheid van de stad af. Lokale eigenheid maakt plaats voor homogeniserende internationale mantra’s als digitalisering en duurzaamheid. De bewegingsvrijheid neemt letterlijk af. De auto, hét symbool voor persoonlijke vrijheid, wordt nu als een bedreiging gezien voor duurzaamheid, zegt ook Bakker. Torenhoge parkeertarieven en dieselvrije binnensteden beperken de mobiliteit van de rijdende stadsmens. Digitalisering speelt zich niet alleen af achter de laptop of telefoon, maar ook in de stad. In de buitenruimte vertaalt dat zich naar smombies (‘zombies’ die al lopend op hun smartphone turen), lange ‘TikTok-rijen’ voor restaurants en pin only-winkels.
Ook ‘smart city-oplossingen’ rukken op. Met op elke straathoek een camera, slimme lantaarnpalen of andere applicaties die data verzamelen om de stadsbewoner zo goed mogelijk te sturen. ‘15-minuten-steden’ zijn in zwang. Volgens dit planologische concept moet iedere stedeling binnen vijftien minuten wandelen of fietsen ‘toegang hebben tot winkels, werkgelegenheid, onderwijs, zorg, groen, sport- en cultuurfaciliteiten’. Het doet denken aan een utopie waarin mensen die niet kunnen of willen wandelen en fietsen zijn vervangen door oersaaie supermensen.
Architectuurcriticus en stadsonderzoeker René Boer muntte de term ‘smooth city’ voor een stedelijke omgeving die ‘geperfectioneerd, geoptimaliseerd, aangeharkt en volledig gecontroleerd is’. In hoeverre de trend naar een ‘heerlijke nieuwe wereld’ zich doorzet, hangt ook af van politieke keuzes en voorkeuren. Bakker vindt dat er vanwege het klimaat maatregelen nodig zijn om het wagenpark te bedwingen. Hij zoekt de oplossing niet in autopesterijtjes maar in drastischere maatregelen als een maximum instellen van één auto per huishouden. Het goede nieuws is dat het geloof in digitalisering dankzij toenemende technologiekritiek en grote zorgen om cybercriminaliteit tegen grenzen aanloopt.
Bakker: “Je gaat niet in de stad wonen voor de uitlaatgassen of voor lange rijen voor winkels. Je gaat naar de stad voor het avontuur, voor spanning en levendigheid, om vrij te zijn. Maar het toenemende maakbaarheidsdenken geldt ook in de stad. De maakbare stad biedt weinig ruimte voor spontaniteit, of voor subculturen. Het is bijna niet voor te stellen dat zoiets als de housecultuur, die in de jaren negentig onder viaducten ontstond, nu zou kunnen ontstaan. Hooguit zijn er kunstmatige reservaten voor crea-bea’s.”
Wat niet te meten is, krijgt weinig aandacht in het beleid, ziet Bakker. “Iets als vertrutting is niet per se meetbaar. Hooguit zijn er indicatoren die daarop wijzen, zoals een algeheel rookverbod of steeds vroegere sluitingstijden van de horeca. De veiligheid is, gemeten over langere tijd, toegenomen – maar dat geldt niet per se voor het veiligheidsgevoel. Het afnemende gevoel van vrijheid is ook niet meetbaar. Het Amsterdam van de jaren tachtig of negentig voelt anders dan het Amsterdam van nu. De ziel van de stad verandert.”
‘Vertrutting’ is geen bijzaak
Toch is ‘vertrutting’ geen bijzaak, benadrukt de filosoof. “De neiging om risico’s ad hoc aan te pakken met meer maatregelen of micromanagement is groot. In Nederland zijn er weinig mensen die nadenken over het macro-effect daarvan. Ook nadenken over de veranderende identiteit van de stad ligt gevoelig. Toch is het zinvol om discussies over integratie en bevolkingsgroei te voeren. Willen we bijvoorbeeld allemaal kosmopolitisch zijn, of behouden we ook iets van een regionale identiteit? Het waarderen van tradities hoeft niet aan etniciteit gekoppeld te zijn.”
Brede welvaart
Is het gras buiten de stad dan echt groener? Onderzoeken van de laatste jaren zeggen van wel. De kwaliteit van leven is over het algemeen het hoogst in gemeenten in de buurt van de grote steden, zegt bijvoorbeeld het Planbureau voor de Leefomgeving. Het klinkt logisch: inwoners van voorsteden genieten van ruimte of groen in hun eigen woonplaats én van stadse voorzieningen, zonder negatieve bijeffecten als criminaliteit of luchtvervuiling. De ‘brede welvaart’ in voorsteden is hoog, heet dat in beleidstermen.
De praktijk is weerbarstiger. Betutteling en het bebouwen en benutten van elk lege plek blijkt – evenals bomenkap – een -landelijke aandoening waarvoor ook kleinere steden niet immuun zijn. Rust en ruimte zijn relatief in het verstedelijkte Nederland. In het platteland klinkt dan weer de klacht dat er onvoldoende voorzieningen zijn. Bovendien, zegt Bakker, hebben ook kleinere steden te maken met grootstedelijke problemen als ondermijnende criminaliteit. “Gemeenten krijgen sowieso steeds meer taken op hun bordje, zonder dat daar altijd meer middelen tegenover staan.”
Desondanks lonkt het leven buiten de stad. Tegenover toenemende verstedelijking staat een trend als off-grid gaan. Want waarom zou je je beperken tot de denkbeeldige muren van de grote stad als je daarbuiten nog makkelijker kunt parkeren of wel iets van groen, eigenheid of gemoedelijke vrijheid meent te kunnen ervaren?
Verhuftering
Het gesprek komt op de betekenis van vrijheid. De keerzijde van onbeperkte vrijheid is ‘verhuftering’, zegt Bakker. Ook dat begrip laat zich moeilijk in meetbare termen vangen, maar Bakker weet wel dat het in de metro in Japan er beleefder aan toegaat dan in de ondergrondse van Amsterdam of Rotjeknor. Hij noemt toch een paar voorbeelden van horkerig gedrag: de vuilniszak naast de container zetten, of rechts inhalen.
Met filosoof Ad Verbrugge ziet Bakker vrijheid als ‘wederkerig’. Je bent pas vrij als je de vrijheid van de ander ook erkent, zo zou je kort door de bocht de spanning tussen de vrijheid om met rust gelaten te worden en de vrijheid om ‘het goede’ te doen, kunnen samenvatten. Hufterig gedrag, maar ook grote intolerantie voor andere meningen of levensstijlen staan haaks op dat vrijheidsideaal.
De kunst is om steden in een overspannen samenleving leefbaar te houden zonder te verzuipen in regels
De spanning tussen veiligheid en vrijheid zit in de mens zelf, zegt hij. De uitersten van verhuftering en vertrutting vragen om een gezonde balans, zegt Bakker. “Als je elke vorm van verhuftering beantwoordt met betutteling, haal je onderliggende frustraties niet weg. De kunst is om steden in een overspannen samenleving leefbaar te houden zonder te verzuipen in regels. Ik krijg ook jeuk van woorden als ‘solidariteit’ of ‘gemeenschapszin’, maar dat is ook nodig in een dichtbevolkt land, zonder dat het ten koste gaat van individuele vrijheid.”
Ooit was de blik van de stadsbewoner ruimer dan daarbuiten. Nu de wereld een global village dreigt te worden, gaat die vlieger niet altijd op. De ziel van de stad zucht onder controle en efficiëntiedrang. We leven in truttige tijden. Dat nieuwkomers of ontwortelden in de stad belanden is niet nieuw. Balanceren tussen vervreemding en vrijheid hoort bij de stad, maar zonder vrijheid blijft alleen vervreemding over. Dan zijn herinneringen aan vervlogen vrijheid nog het enige wat ons bindt aan de stad.