‘Hogere cultuur blijft zaak van kleine groep’

Invloed op cultuurparticipatie- en de effecten

 Bina Ayar

Nederland scoort in vergelijking met andere Europese landen goed in cultuurparticipatie. Dat blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Toch zal deelname aan vooral ‘hoge cultuur’ altijd een zaak van een kleine groep blijven, zegt directeur en socioloog Paul Schnabel. Dat neemt niet weg dat overheden, onderwijs, kunstinstellingen én ouders invloed hebben op cultuurparticipatie. En: de deelname aan kunst met een kleine k neemt toe.

Er is geen sociologische wet van Meden en Perzen die cultuurparticipatie voorspelt. Factoren als opleiding, inkomen en milieu hebben invloed, maar ook persoonlijke interesses spelen mee. Vooral ‘hogere cultuur’ blijft een aangelegenheid van een relatief kleine groep, zegt Paul Schnabel. “Het is te idealistisch om te denken dat iedereen klassieke concerten zal waarderen of een operaliefhebber wordt. Hetzelfde geldt trouwens voor bijvoorbeeld sportbeoefening. Feit is dat heel veel mensen niet zullen sporten of tijdenlang niet, voor kunst geldt hetzelfde.”

Uit onderzoek blijkt wel dat een vroege kennismaking met cultuur een grote invloed heeft op latere cultuurparticipatie. Diegenen die in hun vroege jeugd cultuur proeven, blijven op latere leeftijd cultureel actief, toonde socioloog Ineke Nagel aan. Hoe jonger de kennismaking met cultuur hoe groter de voorsprong op latere leeftijd, blijkt bovendien uit haar proefschrift ‘Cultuurdeelname in de levensloop’.

Ouderlijk milieu

Volgens hetzelfde onderzoek heeft het onderwijs beperkte invloed op cultuurparticipatie. De invloed van het ouderlijk milieu is volgens Nagel zelfs drie keer zo groot als die van scholen. Alleen examen doen in een kunstzinnig vak leidt direct tot meer cultuurdeelname, stelt haar proefschrift.

Desondanks kan hieruit niet worden geconcludeerd dat cultuureducatie geen zin heeft, zegt Schnabel. “Er is een relatie tussen cultuureducatie en cultuurparticipatie. Cultuureducatie is een kennismaking met cultuur. Het zal alleen niet bij iedereen tot evenveel cultuurparticipatie leiden. Net zo min als dat iedereen die Engels heeft gehad op school Shakespeare zal lezen op latere leeftijd. In hoeverre cultuurlessen tot latere cultuurparticipatie leiden, hangt onder meer af van de bagage die kinderen van huis uit hebben meegekregen maar ook van individuele interesses en factoren als de nabijheid van culturele faciliteiten. Uit hetzelfde onderzoek blijkt bijvoorbeeld ook dat culturele interesse van de latere partner ook een grote invloed heeft op cultuurdeelname.”

Al vanaf het begin hebben mensen de behoefte gehad om zichzelf en hun omgeving te versieren, om mooie dingen te maken, te zingen en te spelen.

Versieren

Hoe complex het ook is om cultuurparticipatie te voorspellen, passieve en actieve cultuurparticipatie hebben wel positieve effecten. Schnabel gelooft niet dat kunst een remedie is tegen depressie of de gezondheid bevordert, zoals wetenschapsjournalist Mark Mieras onlangs stelde in een artikel. “Wie depressief is kan helemaal niets, daar kan het oppakken van een viool weinig aan veranderen.” Desondanks is de behoefte aan esthetiek diepgeworteld, zegt de socioloog.

“Al vanaf het begin hebben mensen de behoefte gehad om zichzelf en hun omgeving te versieren, om mooie dingen te maken, te zingen en te spelen. Kunst is vooral ook beleving, alleen of met anderen. Het kan emotioneren of verrassen. Mensen omringen zich daarom bijvoorbeeld graag met muziek. Muziek versterkt emoties als blijdschap en verdriet, het kan ook emoties verzachten. Dat is prachtig.”

Bovendien, zegt de socioloog, heeft kunst een sociale functie. “Mensen dekken de tafel niet altijd, maar wel als er gasten komen. Naar het theater gaan of een concert bezoeken is ook mensen ontmoeten, zien en gezien worden. Dat is altijd zo geweest. Cultuur is daarom ook goed voor sociale cohesie. Een culturele infrastructuur leidt weer tot andere bedrijvigheid. Kijk maar naar Bilbao. Daar heeft de komst van het Guggenheim tot nieuwe economische activiteit geleid: galeries, congrescentra, restaurants en hotels. Een goed cultureel aanbod geeft een stad ook status en dat trekt weer hoogwaardig bedrijfsleven aan.”

Politieke keuze

Bij een hoogwaardige economie hoort cultuur, zegt Schnabel dan ook. ”Hoeveel belang eraan wordt gehecht, is uiteindelijk ook een politieke en maatschappelijke keuze. Dat verschilt ook weer per tijdperk.”

Wat het effect van die politieke keuzes is, is ook na te lezen in recent vergelijkend onderzoek naar tien jaar cultuurbeleid in Nederland en Vlaanderen van het Sociaal en Cultureel Planbureau. In beide landen was cultuurparticipatie tussen 1999 en 2009 een belangrijke doelstelling. Instrumenten als een goed gespreide en laagdrempelige culturele infrastructuur, de vernieuwing van het cultuuraanbod en prijsverlaging van cultuur zijn ingezet om meer participatie te bewerkstelligen.

“We startten dat onderzoek met het idee dat er meer cultuurparticipatie zou zijn in Vlaanderen. Dat bleek niet het geval. Er zijn wel verschillen tussen de beide landen. Zo is in Vlaanderen het cultuurbeleid meer verbonden met welzijn en opbouwwerk terwijl in Nederland de nadruk ligt op de kwaliteit van kunst en cultuur.”

Ondanks forse investeringen blijft het in beide landen moeilijk om cultuurparticipatie te bevorderen, is ook een van de conclusies van het onderzoek. “Het idee dat iedereen aan cultuur moet doen is een te hoog ideaal. Maar die instrumenten hebben wel invloed. Zonder prijsverlaging van cultuur bijvoorbeeld, zou nieuw talent geen kans krijgen. Cultuur zou te duur worden voor vele groepen. Als niemand je waar koopt, kun je niet je talenten ontwikkelen of laten zien. Kunst heeft nooit alleen van de markt bestaan.”

Joan Collins

Toch is cultuurparticipatie geen maakbare zaak van de overheid. “Alleen de komst van een schouwburg of museum leidt niet tot meer liefhebbers van cultuur of bezoekers. Als museumdirecteur of schouwburg moet je het publiek weten te trekken met een aantrekkelijk aanbod. Het Groninger Museum is een goed voorbeeld daarvan. Dat heeft aansprekende tentoonstellingen, van Duitse expressionisten en Russische schilders. Of organiseert een thematentoonstelling over fatale vrouwen en laat die dan openen door Joan Collins. Dat trekt de aandacht en dus ook bezoek. Hetzelfde geldt voor het Amsterdamse concertgebouw. Na de verbouwing is dat een feestelijk gebouw geworden waar mensen graag naar toegaan.”

Volgens Schnabel kunnen traditionele kunstinstellingen ook veel leren van commerciële aanbieders als bijvoorbeeld Joop van den Ende. ”Zelfs met alleen het ijzeren repertoire red je het vandaag de dag niet. Cultuur is uiteindelijk ook vrijetijdsbesteding. Je hebt concurrentie van andere activiteiten. Je zult daarom een aantrekkelijk aanbod moeten creëren en dat goed moeten kunnen presenteren. Het Circustheater en het DeLaMar zijn goede voorbeelden van modern gastheerschap.”

Taboe

Waar vroeger werd neergekeken op commerciële kunst en marketing van cultuur, is dat taboe nu veel kleiner, aldus Schnabel. Kunst en commercie gaan steeds beter samen. Bovendien wordt de kloof tussen hoge en lage kunst kleiner. En dat is misschien wel de belangrijkste ontwikkeling in onze tijd, zegt de socioloog. “Steeds meer deelnemers aan ‘hoge cultuur’ nemen ook deel aan lagere kunstvormen. Iemand die kunst met een grote K waardeert, kan nu ook naar André Hazes luisteren. Daar wordt minder op neergekeken.”

Hoewel de geschiedenis laat zien dat het beïnvloeden van cultuurparticipatie complex is en hogere cultuur altijd een kleinere groep bewonderaars trekt, verandert er ook veel. De totale cultuurparticipatie neemt namelijk toe. “We zijn steeds hoger opgeleid, hebben meer inkomen en meer keuzevrijheid. Dankzij nieuwe technologie is er voor ieder wat wils. Het kunstaanbod wordt zo diverser. Traditioneel ballet blijft een zaak van vooral meisjes maar door de opkomst van bijvoorbeeld een vitale dans als hiphop vindt geen jongen het meer vreemd om te dansen. Van alle kunsten is via cd en dvd ook het beste en het mooiste beschikbaar voor iedereen. We hebben daardoor steeds hogere esthetische standaarden. Of het nu gaat om het interieur van ons huis, het beoefenen van amateurkunst of mode. Dat is ook cultuurparticipatie.”

Dit artikel verscheen eerder in Kunstgebouw magazine

Spread the love
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Written by